de ZoeNK - home
24-31/07/2005: Alternatieve TransAlp 2005 : Mauterndorf (AUT) – Bovec (SLO) – Sistiana (ITA)

Prelude

Vorig jaar zei ik het al, na afloop van onze allereerste Alternatieve TransAlp : I’ll be back. En ik heb woord gehouden …
Ook dit jaar stond een Belgische delegatie aan de start van een TransAlp-reis, georganiseerd door Vasasport. Met zes waren we : Birgit Peters (ZoeNK), Roel Bergiers, Hans Bergé, Benny Mergaerts en Peter Luxem (allen Rode Lintjes), en ikke natuurlijk (ZoeNK-lid én RL).
In tegenstelling tot vorig jaar, toen ik gedurende 6 maand krom liep van de zenuwen :-) verliep de volledige voorbereiding vrij rustig, met af en toe een langere TT en wat ritjes op de baan, en ook tijdens de laatste dagen voor de afreis bleven de zenuwen zeer goed onder controle. Na ons avontuur van vorig jaar wist ik immers waaraan ik me kon verwachten, en ik zag er echt naar uit om tussen 24 en 31 juli de Alpen (en een stukje van de Dolomieten) te bedwingen olv Sidney en de zijnen …
Het vertrek was gepland op zondag-ochtend : Birgit liet haar wagen bij ons voor de deur achter, en samen reden we naar Barchon, waar we om 7u hadden afgesproken met de overige ATAC’ers (Benny en Hans, en Peter en Roel). De reis verliep in groep via Keulen, Bonn, Manheim, Stuttgart en Augsburg naar Munchen, om dan via Salzburg en de Tauerntunnel het dorpje Mauterndorf te bereiken. File hebben we amper gezien (ondanks de F1-wedstrijd op Hockenheim, waar we vlak langs passeerden), en tegen 18u stonden we voor Gästehaus Mauser, waar we hartelijk onthaald werden door bazin-des-huizes Elisabeth. Zij leidde ons meteen naar het tuinterras annex binnenplein, waar de overige TransAlp-deelnemers reeds aan het bier zaten :-) … Ik herken meteen twee deelnemers van vorig jaar (Lenny en Bart), en ook het weerzien met Sidney, Marco en Han is zeer hartelijk. De vierde Vasasport-gids is Rob Barel, die sommigen misschien nog wel kennen als zeer succesvol triatleet. En ook hij heeft er enorm zin in, net zoals de overige Nederlandse en Oostenrijkse deelnemers …
‘s Avonds krijgen we een eerste algemene briefing, met de nodige uitleg over hetgeen ons te wachten staat de komende dagen, en wanneer even later de inwendige mens versterkt is met noedelsoep, spaghetti, taart én bier, kruipen we allen in bed – de ene al wat zenuwachtiger dan de andere …


Dag 1 (Sport) : Mauterndorf (AUT) – Sachsenburg

‘s Nachts heeft het een beetje geregend, maar wanneer we ‘s morgens om 6u (auch …) door de kerkklokken gewekt worden, is zo goed als alle nattigheid opgedroogd, en doet de zon verwoede pogingen om de grijze wolken te verdrijven.
Het ontbijt gaat vlot binnen, valiezen worden gepakt, rugzakken en helmen worden vastgegespt, en tegen 9u30 poseren we met z’n allen voor de groepsfoto. Roel foefelt nog even aan z’n zadel, ik check of ik wel de goeie track op m’n gps-display heb staan, Birgit draait een opwarm-toerke op ‘t binnenplein … “JA !!!”, en wijle weg voor de eerste rit : 72km en ruim 1900hm’s, van Mauterndorf naar Sachsenburg.
De eerste kilometers leiden ons langs relatief vlakke landwegeltjes, ideaal om warm te draaien en wat te wennen aan het rijden op gps (ik had thuis gelukkig al wat geoefend), en na een goeie 12km beginnen we aan de eerste klim van de dag, richting Bonnerhütte. Deze klim loopt over een mooi bospad, met hier en daar een paar steilere stukjes erin. De gladde rotsondergrond maakt het allemaal nog ietske uitdagender, en mijn voornemen om de HRM niet boven de 155bpm te jagen wordt meteen naar de prullenmand verwezen. Na een poosje wordt het bospad echter wat breder en makkelijker berijdbaar, en na wat “hindernissen” genomen te hebben (prikkeldraad dwars over de weg) bereiken we een brede forststrasse die geleidelijk aan naar boven slingert. ‘t Is zalig rijden in het zonnetje, en links en rechts hebben we prachtige uitzichten over de valleien en de ons omringende bergtoppen. Zelfs een boze boer kan ons plezier niet vergallen : blijkbaar was die prikkeldraad-afsluiting van hem, en reden we dwars over zijn privé-terrein. Oeps …
Vlak voor we de top bereiken, krijgen we een mooi stukje doorheen een “moor” voorgeschoteld. Een moor is een soort moeras, vergelijkbaar met onze Hoge Venen, waar je via kronkelende singletracks doorheen kan wandelen, of in ons geval : fietsen. Hier en daar moet je over een soort loopplanken fietsen, doch sommigen doen deze stukjes liever te voet. De meeste loopplank-stukken zijn echter goed fietsbaar, ‘t is enkel een kwestie van wat evenwicht en vertrouwen …
Iedereen geraakt veilig en zonder modderbad doorheen de moeras-passage, waarna we bij de Bonnerhütte arriveren en ons te goed doen aan een eerste “apfelsaft gespritzt” (appelsap met spuitwater aangelengd).
Het is zalig vertoeven op het terras van de berghut, maar we moeten verder : er staat ons immers nog een tweede klim te wachten. Maar eerst afdalen, langs een brede forststrasse. Helemaal op ‘t einde krijgen we eventjes een leuke singletrack-met-trapjes voor de wielen : ook hier komt iedereen veilig beneden, de ene fietsend met de kont achter ‘t zadel, de andere te voet, en nog één iemand toont hoe je ook glijdend op je achterste een afdaling kan nemen :-) …
We zitten nu in Rennweg, en we volgen de pijltjes “Torscharte”, de naam van de volgende top. Het is even na de middag, en wanneer we de plaatselijke brandweerkazerne passeren, zijn we getuige van een zeer leuke, luidruchtige “blustraining” : alle pompiers zitten verzameld in de garage, en de halve liters bier worden met het nodige plezier en gelach binnengewerkt. Benny stelt voor om te gaan helpen (LOL) maar met nog ruim 1000hm’s voor de boeg zou dit niet goedkomen. Op naar de Torscharte dus …
“Eerst is de klim vrij steil, maar dan krijg je een makkelijk tussenstuk, om op ‘t einde terug vrij steil te zijn : alleen de sterksten blijven hier op de fiets” : zo klonk het de avond voordien tijdens de briefing.
En ja hoor, ‘t ging meteen vrij steil omhoog … En ‘t bleef steil omhoog gaan. Amaai mijn oren … Gelukkig was de weg goed berijdbaar, maar zelfs dan hadden Peter en ikke elk tandje nodig achteraan. Peter ging zelfs over tot het “zwalpen” : zigzaggend over de weg naar boven rijden, “dan is ie minder steil” … Ik probeer het ook, maar die korte bochtjes zijn mijn ding niet en al snel is ‘t weer “gewoon” stoempen geblazen …
Het minder steile tussenstuk mocht er anders ook wel zijn, t.t.z. ‘t moest niet echt onderdoen voor een doorsnee klim hier bij ons, en het laatste “vrij moeilijk berijdbare” stuk … LOL zenne : tot halfweg uw knieën doorheen ‘t gras wroeten, “sop sop sop” doorheen de plassen, zoekend naar de track en de GR-pijlen, en ondertussen de koeievla ontwijkend : dat is inderdaad “vrij moeilijk berijdbaar”.
Maar de beloning achteraf is de moeite : nadat we de hoogste top van deze ATAC bereikt hebben (2107m) is het ki-lo-me-ters lang afdalen, tot in Sachsenburg … Jammer genoeg belemmeren laaghangende wolken het zicht op de omgeving, want normaal gezien zouden we hier “een hele rij 3000’ers met glimmende gletsjertoppen” moeten zien … Maar de afdaling is minstens evenzeer de moeite : eerst gaat het over een ruwe dokkerweg lichtjes bergaf, tot aan de Friedrich Kordon Hütte waar we even de voeten onder tafel schuiven en de inwendige baaiker (m/v) versterken. En even later duiken we langs een singletrack steil naar beneden : keien, rotsen, boomwortels, ziggen en zaggen, af en toe een jumpke placeren : dees is Baaiken, met een grote B. Ondanks een OTB’ke van Hans geraakt iedereen veilig beneden, waarna we vanaf Gmünd rustig uitbollen tot in Sachsenburg. Onderweg worden we nog even opgehouden door wegenwerken : de extreme-groep meldt ons dat er geen doorkomen aan is en dat we via asfalt moeten omrijden … Asfalt ? Ha, dan kennen ze den Benny nog niet : gewoon de prikkeldraad over en eventjes door de wei klauteren :-) … Zo hebben we toch nog een paar extra offroad-hectometers, vooraleer we langs de baan het dorpje Sachsenburg binnenrijden. Snel wassen en plassen, en op het binnenplein van Gasthof Goldenes Rössl genieten we van ons welverdiend avondeten en weissenbier.

Cijferkes (Hans) : 75km, 1900hm’s, rijtijd 5u45


Dag 2 (Sport) : Sachsenburg – Jenig

De tweede dag ziet er veelbelovend uit : 65km en 3x klimmen, voor in totaal ongeveer 1850hm’s.
Via rustige asfaltwegen kunnen we de eerste 10km warmrijden, vooraleer we de eerste klim naar de Fellscharte aanvatten. Deze begint op asfalt, soms vrij pittig omhoog, maar na een poosje gaat het via offroad-paden wat “zachter” bergop, tot aan een gezellige alm met berghut (volgens Peter was dit de Gajacher Alm). Snel een apfelsaftje nuttigen, en verder, via soms steile grindpaden langsheen de “Weisse Wand”, een steile bergflank ten noorden van de Weissenzee. Diep beneden ons zien we af en toe het blauwgroene water schitteren in de zon, maar het duurt toch nog een hele tijd eer we eindelijk de afdaling naar het meer kunnen aanvatten. Het is behoorlijk warm, en de kilometers van de vorige rit laten zich tijdens deze klim voelen : m’n hamstrings geven te kennen dat ik maar best “op rallenti” naar boven kan rijden, indien ik m’n normale “stoemp-ritme” zou volgen zouden ze wel eens in staking kunnen gaan (lees : kramp).
Maar net zoals gisteren is de afdaling weer eentje om van te snoepen : eerst gaat het nog over brede, ruwe paden met keien zo dik als vuisten en her en der een “grindbak” waarin m’n voorwiel net niet onderuit schuift. Hmmm, toch even wat vaart minderen … Maar wanneer we wat later de dennebossen induiken en over een zacht dennenaalden-tapijt naar beneden zoeven en slingeren, kunnen alle remmen los … Dwarsgeultjes vormen perfecte springschansen, net zoals boomwortels en dikke keien die her en der op ‘t pad verscholen liggen … Jiehoehaaa, jippiieee, olééééé, en hoppaaaaa, en HOOOOOOOOOOOWLAAAAA !!! Wattefok ??? Ineens staan we oog in oog met … een Mercedes. Jep, halfweg de afdaling, ergens op een bospad van nog geen 2m breed, bezaaid met rotsen en takken en kweetniwanog allemaal, staat daar ineens ne kerel voor ons met ne gewone Mercedes-berline (à la B190 maar dan net ietske groter). Hij laat ons rustig passeren, en rijdt dan verder naar boven … Geen idee waar naartoe, want boven ons is alleen brousse, en paden met dikke rotsen en keien, die geraakt daar volgens mij nooit door …
Afin, één van ons is zo verschoten van dit “close encounter” dattem ter plekke lek rijdt (‘k weet ni meer of ‘t Peter of Roel was), dus tijdens het biba-wisselen krijgen we even de tijd om op adem te komen, vooraleer we verder afdalen naar de Weissenzee.
Daar installeren we ons op een terraske, en de pizza’s en pasta’s gaan vlot binnen.
Sidney had ons verteld dat er voor de namiddag onweer voorzien was, en ja hoor, in de verte rommelt het vervaarlijk, terwijl de grijze wolken boven ons hoofd samenpakken. Maar de neerslag blijft beperkt tot een paar druppelkes, en wanneer we via een offroad- annex asfaltklim de top van de Kreuzberg bereiken, staat de zon opnieuw aan de hemel te branden. Langs een leuk offroad-pad slingeren we snel naar beneden, om via een kort maar zeer leuk singletrackske het dorpje Weissbriach te bereiken.
Hier worden de kuiten nog een laatste keer geprikkeld, wanneer we weer bergop moeten richting Möselalm. En niet alleen de kuiten krijgen het zwaar te verduren tijdens deze eindeloos lijkende klim : we dwarsen een paar keer een skipiste (zie ook de Kronplatz tijdens onze 2004-ATAC), waarbij de zon telkens ongenadig op ons inbeukt … De klim lijkt uuuuuuuuren te duren, en iedereen is enorm blij wanneer we eindelijk boven zijn. Of beter : denken boven te zijn. Want na een passage door een hooggelegen alm-valleitje gaat het nog even “gemaan omhoog” : hier worden zware klopkes uitgedeeld, amai ni …
De laatste afdaling gaat over snelle bos- en asfaltpaden naar het Gailtal, waarna we via een geasfalteerd fietspad langsheen een riviertje (een gokje : de Gail ?) naar Jenig cruisen.
Hier logeren we bij een Nederlandse gastheer, en het eten gebeurt in een gezellig gasthuis een eindje verderop. We vallen als laatste het restaurant binnen, en worden door de ‘Ollanders meteen breedlachend aangemaand tot “integreren”, want alle tafels zijn reeds bezet, slechts hier en daar is nog een plaatske over. De Belgen zwermen uit over de verschillende tafels, en ‘t duurt niet lang of iedereen is “gesjellich” aan ‘t napraten over de voorbije dag :-) …

Cijferkes (Hans) : 65km, 1800hm’s, rijtijd 5u25


Dag 3 (Sport) : Jenig – Pontebba (ITA)

Volgens Sidney is dit de eerste koninginnerit van deze reis, en het hoogteprofiel ziet er inderdaad indrukwekkend uit : een lange klim brengt ons een goeie 1200m hoger, waarna het een tijdlang met korte snokken op en af gaat, om uiteindelijk via een lange afdaling in Pontebba (Italië) toe te komen. Sidney slaagt er in om alle medium-rijders te overtuigen de sport-route te rijden : met 70km en ruim 1800hm’s wordt dat voor hen inderdaad het hoogtepunt van deze TransAlp.
Nu, voor ons groepke is ‘t duidelijk : de voorbije twee sport-etappes zijn ons goed bevallen, dus we gaan gewoon op dezelfde lijn verder. En het extra gezelschap van de medium-rijders is natuurlijk leuk meegenomen.
Het ontbijt verloopt nogal traag, met veel te kleine sneetjes kaas en salami : “het is te zien dat we bij nen Hollander zitten” (nee, ik zeg ni van wie deze uitspraak komt :-)). Anderzijds was er wél choco te krijgen, dus kruipt iedereen toch met een tevreden gezicht en een gevulde maag op de fiets.
We rijden even terug langsheen het fietspad van gisteren, waarna we offroad klimmen naar de Steinwenderhütte die op 1750m hoogte gelegen is. De klim loopt doorheen een mooie, diep-uitgesneden vallei, met links en rechts hoge granieten wanden. Een bergriviertje zoekt z’n weg naar beneden, terwijl wij langsheen de oever geleidelijk aan hoger en hoger klimmen. Na ongeveer 1/3 van de klim dalen we een stukje (ongeveer 150hm’s), om nadien verder te klimmen langsheen een goed berijdbaar, breed zigzaggend pad. De klim lijkt eindeloos, dus stop ik af en toe om een foto of een filmpje te maken. En wanneer ik Rob (één van de leden van Dirtyhill) even verderop aan de kant zie staan met een vervelend slepende achterrem, stop ik even en samen verhelpen we het euvel. Of hoe elk excuus goed is om toch maar even van de fiets te kunnen, want m’n achterwerk heeft af en toe toch wel wat te lijden onder de vele uren in het zadel.
Uiteindelijk bereik ik samen met Harry (de nestor van de groep) de Steinwenderhütte, waar de anderen reeds een portie noedels met ree-goulash hebben verorberd. De klim heeft redelijk wat van m’n krachten gekost, dus ik ben maar wat blij dat Birgit m’n eten voor me bestelt :-) : ik kreeg amper nog een woord over m’n lippen … De noedels (spirelli’s om precies te zijn) gaan vlot binnen, en een klein uurtje later zitten we al weer op de fiets voor de rest van de rit.
De eerste paar kilometers suizen we langs brede paden naar beneden, om vervolgens via een tricky singletrack verder te gaan. Dikke stenen en boomwortels dwingen ons regelmatig van de fiets, maar wanneer Peter ergens in de kant zit te filmen, weiger ik af te stappen : bij m’n eerste poging over de dikke boomwortel-track beland ik bijna in het dekor, maar ik kruip terug naar boven met m’n fietske, en doe de afdaling opnieuw, deze keer met succes. Een eind verder staan we echter allemaal te voet, wanneer we via een smal paadje bezaaid met dikke rotsblokken zigzaggend naar beneden kruipen.
Uiteindelijk belanden we op een brede forststrasse, die we gedurende enkele kilometers volgen. Het gaat glooiend op en af (telkens een goeie 100-200hm’s verschil), en dit kruipt toch wel serieus in de kleren. De laatste asfaltklim (naar ‘t schijnt de steilste van deze TransAlp) brengt ons naar de Italiaanse grens, vanwaar het zo goed als constant bergaf gaat naar Pontebba. De afdaling gaat via “versleten” asfaltwegen, dus hier en daar is ‘t serieus opletten voor diepe kuilen, en gravel en steentjes die in de bochten liggen. Maar iedereen van ons groepje bereikt zonder kleerscheuren het hotel, iets wat je van één van de andere transalpers niet kan zeggen (voorwiel onderuit in een bocht vol kiezeltjes). Gelukkig blijft het bij oppervlakkige schaafwonden …
In Pontebba overnachten we in een pensionnetje waarvan de baas enkele maanden voordien overleden is. Jammer, want ‘t was naar ‘t schijnt een echte ambiance-maker, die bij eerdere Vasasport-passages zelfs de burgemeester en de fanfare optrommelde om de transalpers in te halen, en ze nadien ook weer via een “plaatselijke ronde doorheen het dorp” terug op pad stuurde. Nu ligt het hotelletje er vrij stil en verlaten bij, maar dat weerhoudt ons er niet van om ‘s avonds de bloemetjes buiten te zetten. Allez, met “ons” bedoel ik eigenlijk “de andere Belgen” want zelf kruip ik, gesteund door één of ander zetmeel-pepdrankske van Marco (Vitargo of zoiets), in m’n bed : ik ben vandaag vrij diep moeten gaan, en zonder goeie nachtrust ben ik morgen waarschijnlijk niks waard.

Cijferkes (Hans) : 70km, 1800hm’s, rijtijd 5u34


Dag 4 (Medium) : Pontebba – Bovec (SLO)

Sport = 3x klimmen, en in totaal 76km en 2220hm’s … Hmmm, dat zie ik eerlijk gezegd niet zitten. En ook Birgit heeft zo haar twijfels bij de haalbaarheid van deze rit. En aangezien de anderen niet echt bezwaar aantekenen tegen een iets “rustigere” rit (ook al omdat de eerste sportklim volledig over asfalt loopt), beslis ik op ‘t allerlaatste moment de medium-route aan te vinken in m’n gps-toestel.
Met z’n zevenen (Rob, de DirtyHiller heeft zich sinds gisteren bij ons groepke aangesloten) vertrekken we dus richting Slovenië … Eerst blijven we een tijdje in de schaduw van de autosnelweg richting Tarvisio rijden, maar hoewel de aanloop er volgens het hoogteprofiel zachtjes klimmend uitziet, moeten we toch een paar keer ferm uit ons kot komen om een paar korte maar zeer steile klimmetjes de baas te kunnen. De medium-groep rijdt een poosje in onze buurt, en hier en daar is er toch al wat ravage zichtbaar : de koninginnerit van gisteren was voor sommigen blijkbaar wat aan de zware kant … Zelf heb ik ook ferm mijne pere gezien, maar dat spul van Marco heeft vannacht z’n werk gedaan en tijdens deze aanloopstrook voelen de benen zeer goed aan.
In het Valbruna-dal zouden we normaal gezien een mooi, romantisch singletrack-paadje volgen, dwars doorheen de dennebossen. Maar daar heeft de Italiaanse overheid anders over beslist : het paadje is omgetoverd in een brede stoffige werf, en dikke rioolbuizen liggen her en der verspreid. De zon staat weer genadeloos aan de hemel te branden (zij heeft ons sinds de Kreuzberg-klim op dag 2 niet meer verlaten), en de steile zandklim doet menig baaiker (m/v) naar lucht happen. Sidney is echter niet te houden : een eindje verderop staat hij als een dolleman breedzwaaiend en luidroepend z’n troepen aan te moedigen LOOOOOL.
Gelukkig is de klim “slechts” een paar honderd hoogtemeters lang, en al gauw kunnen we terug afdalen, waarna we ons op het terras van een restaurantje installeren. Het is nog wat vroeg om te eten (nauwelijks 11u gepasseerd), dus we houden ons even bezig met koffie met koek, spuitwater en straffe verhalen, tot we om 12u kunnen genieten van een heerlijke portie pasta.
Indien ik echter had geweten wat er ons nog te wachten stond, had ik nog een tweede en derde portie gegeten … Jawatte … “Sella Prasnig” betekent in ‘t Sloveens waarschijnlijk “de hel van de Julische Alpen”. Of “kloteklim”, dat is ook een mogelijkheid : we moeten immers langs een breed semi-zacht kiezel-met-zandpad omhoog, soms op de fiets, maar vaak ook te voet. Hellingspercentages van 20% en meer verschijnen met grote regelmaat op m’n HAC4-display, en daar bovenop een met momenten zachte zandondergrond waarop nauwelijks te rijden valt : dit is niet normaal meer … Zeker niet bergop LOL.
Dit is echt zweten en zwoegen : iedereen ziet af, zowel op als naast de fiets. De medium-groep zit bij ons in de buurt, terwijl de extreme-gasten ons ongeveer halfweg de klim passeren : sommigen onder hen zie je echt doodgaan, terwijl anderen er nog verbazend fris uitzien … Straffe gasten, die extreme-kerels … De sportgroep zien we pas boven op de top : naar ‘t schijnt heeft hun gids het nogal lastig vandaag. Tja, soms vergeten we dat wel eens, maar die gasten zijn ook maar mensen hé, en die zien ook af tijdens die klimmetjes … Net zoals wij : morrend en vloekend (Sidney z’n oren zullen nogal gefloten hebben die dag) “kreffelen” we naar de top van de klim, maar het uitzicht dat je daarboven voor ogen krijgt is dan ook a-dem-be-ne-mend … Ik vind geen woorden om het te beschrijven, je moet het echt met eigen ogen zien … Zelfs op foto komen de majestueuze bergtoppen en loodrechte rotswanden niet tot hun recht, zoiets moet je “live” aanschouwen …
Ik ben een paar keer gestorven tijdens het klimmen, maar hierboven op de top word ik overvallen door een gelukzalig gevoel : als ik daarnet dan toch gestorven ben, mogen ze me hier begraven :-) … Birgit denkt ongeveer ‘t zelfde wanneer ze heel voorzichtig aan de afdaling begint, en start meteen een uitgebreid bodemonderzoek (OTB). Haar reactie achteraf is nogal “nuchter” : toen ik m’n voeten boven me in de lucht zag voorbijkomen, dacht ik oei oei oei, dit gaat fout … LOL, gelukkig blijft het bij een paar schrammen en een grote blauwe plek.
En ook Peter heeft problemen om beneden te geraken : een dikke tak rukt z’n derailleur in stukken, en plooit z’n derailleurpat tot ongeveer tegen de kleinste kransjes. Om over de rammelende spaken in z’n achterwiel maar te zwijgen … Sidney reed een eindje achter ons, en wanneer hij stopt om de schade op te meten stelt hij meteen voor het busje te bellen om Peter onderaan de afdaling op te pikken. Maar een baaiker moet zijn plan kunnen trekken, dus we bedanken vriendelijk : de derailleur (of wat er nog van overschiet) wordt gedemonteerd, de ketting wordt ingekort, en even later kan Peter met een vaste versnelling verder baaiken. De afdaling gaat over steile, ruwe paden, met vuistdikke keien, geulen, rotsblokken, grind en zand … Hier heb je al je aandacht nodig om het goede spoor te kiezen tussen alle “rommel” die je voor de wielen krijgt. Maar we slagen er in om zonder verdere problemen tot beneden te fietsen.
Via een asfaltbaantje bereiken we het (spook)stadje Cave del Predil, waarna we eerst off- en daarna onroad klimmen naar de Sloveense grens, boven op de Passo del Predil. Sidney had ons uitgelegd dat er verschillende offroad-alternatieven voorhanden zijn, maar aan die “secundaire” grensovergangen mogen alleen Slovenen en Italianen passeren : alle toeristen worden onverbiddelijk teruggestuurd … Er zit voor ons dus niets anders op dan te passeren langs de “grote” grensovergangen, en die wegen zijn natuurlijk geasfalteerd.
Zo ook de 24km lange afdaling naar Bovec : met snelheden rond de 70km/u krijgen we snel zicht op de eindstreep, die vandaag ter hoogte van het sjieke hotel Alp getrokken is. Terwijl het buiten nog vreselijk warm is (net geen 30°C) geniet ik in de koele kamer van een verkwikkende koude douche … Peter en Benny (de mecanicien van dienst) hebben echter eerst wat andere zaken te regelen : met een hamer en een tang wordt de derailleurpat rechtgewrongen, waarna een nieuwe derailleur en kabel gemonteerd worden. Na hun knutsel-uurtje schuiven ze bij aan tafel op het terras van de pizzeria, waar we onszelf op een Pivo tracteren. Na de briefing gaan we nog even een kijkje nemen op het terras van het hotel : dit kijkje duurt welgeteld 2 tourneekes (dank u Peter en Roel voor de grote pinten :-)) waarna we ons stillekes terugtrekken in onze kamers …

Cijferkes (Hans) : 63.5km, 1600hm’s, rijtijd 4u48


Dag 5 (Sport) : Bovec – Cividale (ITA)

Vandaag alleen opvallend blije gezichten aan het ontbijt : niets beter dan een goede douche en een heerlijk bed om de stoffige lijdensweg van gisteren te doen vergeten :-) …
Vandaag wordt een vrij “rustige” dag, met 70km (één klim) en 1300hm’s (Medium). Tenzij we op ‘t einde nog eventjes het extra Sport-klimmetje (4km, 500hm’s) erbij nemen. Maar die keuze schuiven we nog even voor ons uit : first things first, namelijk ons ne keer goed laten gaan aan het uitgebreide ontbijtbuffet.
Een uurtje later heisen we onszelf op de fiets, en via kleine steegjes en smalle veldwegeltjes verlaten we het dorpje Bovec. We gaan op zoek naar de Soca, een rivier die nogal gekend zou zijn bij kajak-liefhebbers. Via een klein paadje komen we aan een eerste hangbruggetje : heel voorzichtig rij ik als eerste over de brug, maar dit blijkt niet de correcte manier te zijn … De brug begint vervaarlijk te wiebelen, en net voorbij halfweg zet ik angstig een voetje aan de grond, bang om met heel mijne cinema enkele meters lager in het koude water te belanden. Benny probeert het op een andere manier : verstand op nul, en gaaaaas geven. En dat blijkt te werken : zonder problemen bereikt hij (en ook de anderen) de overkant. Allez, dat weet ik dan voor sebiet, wanneer we nog zo’n brugje over moeten …
Eerst moeten we wat klauteren met de fiets op de rug, waarna we via een singletrackske het tweede hangbrugje bereiken. Vlam d’erover, en verder over de singletrack, tot we de hogerop gelegen asfaltweg bereiken. Van hier af gaat het lichtjes glooiend verder, grotendeels over onverharde paden en grindwegels langsheen de brede Soca-rivier. Het helderblauwe water ziet er zeer uitnodigend uit, zeker in vergelijking met de hete stoffige wegen waar we langs moeten. Hier en daar krijgen we nog een kort klimmetje voorgeschoteld, alsook een stukske brousse dat ons aan Philip’s RL-tochtje doet denken : gras en onkruid tot boven je stuur, en een trackske dat daar ergens tussen verscholen ligt :-)
We passeren doorheen het dorpje Zaga, waar we scherp rechtsaf moeten. Hier begint de eerste klim van de dag : ongeveer 1000hm’s over 14km, dus goed te doen. Het eerste deel loopt bovendien over asfalt (we rijden weer richting grenspost), dus “easy” … Behalve dat het echt snikheet is vandaag, en echt veel schaduw is er niet. Gelukkig kiezen we na enkele kilometers voor een ruw stenig bospad : moeilijker berijdbaar dan de asfaltbaan van daarnet, maar de beschutting tegen de zonnestralen maakt de klim draaglijk. We hobbelen rustig aan naar boven, ondertussen regelmatig een fotootje makend en genietend van de uitzichten over de prachtige omgeving. De kilometers schuiven langzaam maar zeker onder de wielen door, en na ongeveer 2u klimmen bereikt iedereen de top van de Stol (zo heet deze berg). Het uitzicht is hier mag-ni-fiek : aan de ene kant zie je de beboste heuvels in het zuiden, terwijl we achter ons de ruwe bergtoppen zien die ons de voorbije dagen gezelschap hielden.
Ik heb zin om me “af te kappen” in één van de grasvelden en een paar uur te genieten van de rust, de natuur en de prachtige omgeving, maar ik moet verder : we zitten boven de boomgrens en nergens kan je schuilen tegen de brandende zonnestralen. Bovendien heb ik m’n camelbak volledig leeggetutterd tijdens de klim, en hierboven op de top is nergens water te vinden. Tenzij in Peter’s drinkbus (nog ne keer nen dikke merci daarvoor, Peter :-)).
De afdaling is prachtig : de zuidkant van de berg is één grote grasvlakte, of gras-helling zo je wil. Een stenig pad slingert zich langs deze flank naar beneden, dwars doorheen een bende parapenters. En net wanneer wij naar beneden rijden, kiezen zij het luchtruim, wat een magnifiek schouwspel oplevert : ik schat dat er op een bepaald moment ongeveer 25 à 30 kleurrijke “zweefzeilen” langsheen de bergwand heen en weer vlogen.
Veel oog hebben we hier echter niet voor, want tijdens de afdaling is het opletten geblazen : de afdaling is niet steil, maar de keien en stenen liggen er verraderlijk los bij. Met de nodige durf en techniek geraak je echter wel heelhuids beneden, op voorwaarde dat je remmen het doen … Bij Roel is dit niet het geval : door het vele gehots en gebots is één van de boutjes van z’n voorrem losgekomen, en plots ligt z’n rem naast hem op de grond. Samen zoeken we een passende bout, maar we vinden niks, dus rijdt Roel met één rem verder tot we het dorpje Sedlo bereiken. Hier staan de anderen op ons te wachten, en Benny tovert meteen een reserveboutje tevoorschijn. Op een wip is Roels fietsje weer in orde, en samen gaan we op zoek naar een terrasje, waar we ons te goed doen aan een schandalig goedkope spaghetti, amper 20 euro voor 5 spaghetti’s en 15 halve liters gespritzt appelsap : pas nadien besef ik dat het oude vrouwtje zich vreselijk misrekend heeft – ik voel me nu nog steeds een beetje schuldig :-( …
We zijn nog steeds niet voorbij de Sloveens-Italiaanse grens gepasseerd, doch na de pauze trekken we via een secundaire baan linea recta naar Italië. Birgit is niet meer te houden (ze had vernomen dat we die avond verblijven in een gîte met zwembad) en smijt alles rechts, waarna ze in een oogwenk verdwenen is.
De rest van ons groepke blijft rustig in m’n wiel hangen (nu ja, rustig, bij mij lag de ketting vooraan ook op de 44 :-)) tot we na 60km moeten kiezen : doen we ‘t laatste Sport-klimmeke er nog bij of niet ? Peter mompelt iets van “ge sterft maar ene keer”, en Hans knikt instemmend, terwijl Roel en Benny ons fijntjes meedelen dat “medium voor jeannetten is” LOL. En ik had ook wel zin om die extra klim nog efkes af te lappen, dus draaien we eensgezind de sportroute op. LOOOOOL : what a mistake to make … Allez, toch wat de klim betreft : ein-de-loos klimmen over gloeiend heet zwart asfalt : ik krijg een paar ferme tikken van de hamer, en ook m’n achterste laat weten dat het genoeg is geweest. Dan maar te voet verder strompelen (op asfalt hé !!), wat niet eens zo’n slecht idee blijkt te zijn want ik steek zowaar de fietsende (!) Peter voorbij LOOOL. Hij had zich vanmorgen voorgenomen om eens goed door te vlammen op die eerste klim, en dat moet hij nu cash betalen …
Vlak voor het einde van de klim pikken we ook Benny op : die was gaan schuilen in de schaduw van een kapelletje. Wanneer we hem naderen, horen we hem luidop tieren en ketteren dat die asfaltklim zijn keel uithangt (zijn exacte woorden waren iets “explicieter”) : allez, blijkbaar zijn Peter en ikke niet de enige die hier hunne pere zien :-)
Maar maar maar … Zoals dat de voorbije dagen reeds een paar keer het geval was, worden ook nu weer onze inspanningen dubbel en dik beloond. Nadat we boven eventjes uitblazen in de schaduw van een bosje, is het tijd om af te dalen richting Cividale. En wat voor een afdaling, man man man … Een 2m breed bospad, bezaaid met vuistdikke keien en stenen, rotsblokken, geulen, drop-offs, takken en boomwortels … Zaaaaaaaaaalig … Jammer genoeg is de gps-ontvangst niet echt schitterend onder het bladerdak, en op een bepaald moment missen we een afslag die ons naar een singletrackske had moeten leiden. Maar wie heeft er nu kronkelende, trage singletracks nodig wanneer ge hier gelijk ne gek naar beneden kunt vlammen en botsen en jumpen ??? Gaaaaaaas, en nog meer gaaaaaaaaaas, we zien beneden wel hoe we terug op de track geraken :-) …
Rob (den dirtyhiller, remember ?), Roel en Hans doen het redelijk rustig aan, terwijl ik alle moeite heb om Peter en Benny voor te blijven. De stenen en keien kletsen tegen frame en cranks, achterdempers (!) en schijfremmen staan gloeiend heet, en toch blijven ze in mijne rug “stoempen” : rapper rapper rapper ... Die mannen zijn echt ni goe wijs.
Wat later is ons “gevlam” echter abrupt ten einde wanneer Peter met een snakebite aan de kant moet. Tijd voor een technisch workshopke ... Peter verbrandt zijn pollen aan zijn schijfkes, Benny vraagt zich af hoe fabrikanten het zich kunnen permitteren om garantie te geven op een frame waarmee écht geMTBd wordt, en ikzelf kan maar aan één ding denken : man man man, wa hebbekik toch een zaaalig fietske gekocht :-). Alleen dat vreemde gekraak in m’n zadelpen is niet al te katholiek : ‘k heb precies net ietske te zot zitten jumpen en doen …
De snakebite kwam eigenlijk op het juiste moment, want een goeie 200m verder kunnen we efkes binnendoor steken, om zo terug op de juiste track te komen. We zitten nu op een paar kilometer van Cividale, en het duurt dan ook niet lang voor we de gîte bereiken. Iedereen is pompaf, en het zonovergoten zwembad (de termometer aan de kant wijst 47°C aan) kan ons dan ook niet meteen bekoren … Twee frisse pintjes (0.5l) per man gaan daarentegen zeeeeeeer vlot binnen.
‘s Avonds trekken we met z’n allen naar ‘t dorp, waar we op een gezellig terrasje genieten van pizza, pasta, slaatjes, bier, wijn, tiramisu, profiterollekes, ijs, en degoutant straffe Italiaanse koffie … De dag wordt afgerond aan de rand van het zwembad (‘t is ondertussen bijna middernacht), en na een laatste pintje is het tijd om zeer moe maar zeer voldaan in bed te kruipen … Man man man, dit is echt een zalige vakantie.

Cijferkes (Hans) : 73.5km, 1620hm’s, rijtijd 5u39


Dag 6 (Sport) : Cividale – Sistiana

Warm, heel warm was het deze nacht in onze kamer. Birgit en Hans hadden er blijkbaar niet veel last van, ik daarentegen kreeg het zo benauwd dat ik rond 2u ben opgestaan om me op ‘t terras te gaan installeren. En daar heb ik zalig geslapen, tot ik rond 5u werd gewekt door de opkomende zon. Wat is het hier toch prachtig vertoeven … Ik kijk uit over de tuin, en ik zie dat Han (de sport-gids) zich ‘s avonds op één van de ligzetels langs het zwembad heeft geïnstalleerd : goed idee … Tot hij om 6u uit zijn “bed” wordt gejaagd wanneer de tuin-sprinklers aanfloepen LOOOOOOOL … Ik beslis om toch even van ‘t zwembad gebruik te maken, en een kwartiertje later lig ik in ‘t water heen en weer te spartelen. Het duurt niet lang vooraleer Benny, Birgit, Peter en Hans me komen vergezellen … Iets na 7u is ‘t echter tijd om het normale dagprogramma te beginnen en Roel uit z’n bed te halen (die lag immers nog te knorren), en om 8u zitten we allen aan ‘t ontbijt.
“Voilà, onze ATAC zit er op. Straks liggen we lekker te zonnen op ‘t strand aan de Adriatische Zee …” : dit was zowat de allesoverheersende sfeer aan de ontbijttafel. Maar met 73km en ruim 1300hm’s op het programma – en dit alles onder een loodzware zon – leek me deze gedachte echter wat voorbarig : er zou nog stevig gefietst moeten worden ... De start gebeurt vandaag in groep, en alle niveaugroepen rijden samen naar ‘t dorpscentrum, waar onze wegen splitsen : de Medium-groep rijdt meteen richting Adriatische Zee, de overige groepen brengen eerst nog een bezoekje aan de kasteelruïne die ongeveer 500hm’s boven de stad ligt.
Via glooiende veldwegen bereiken we na een handvol kilometers de voet van de klim : eerst asfalt, vervolgens brede dolomiet-paden, en even later een smal ardeens offroad-pad. Benny en Birgit voelen zich blijkbaar super, zij rijden zonder moeite mee met de extreme-groep. Zelf voel ik me ook prima, en rij aan een redelijk vlot tempo naar boven, enkele minuten later gevolgd door Rob, Roel, Peter en Hans (die was lek gereden). Via een kronkelende singletrack gaat het eventjes steil naar beneden, waarna het tweede deel van de klim ons via dolomietpaden en een stuk asfalt tot bijna boven aan de burcht brengt. Hier gaat het weer snel naar beneden over asfalt, waarna we een GR-pad oppikken en via kronkelende singletracks en met dikke stenen bezaaide paden naar beneden hobbelen.
We hebben er nu een goeie 20km opzitten : so far so good, maar de volgende asfalt-kilometers brengen wat “onrust” binnen de rangen. Is het heimwee naar het thuisfront, of de drang naar een verkwikkende duik in de Adriatische Zee ? Hoe dan ook : hier en daar wordt een lang gezicht opgezet (te beginnen bij mij :-() en in stilte malen we de eindeloze asfaltkilometers af. De route leidt ons immers doorheen een nogal verstedelijkt gebied, hier valt niet veel offroad te rapen …
Net voorbij Gradisca gaat het nog even steil omhoog, en deze klim is er voor Birgit te veel aan : de benen willen nog wel, maar ‘t koppeke niet, en wanneer ze in de laatste 25km nog wat ruwe offroad-paden onder de wielen krijgt, is het genoeg geweest : even een snelle blik op de kaart, en via een aantal secundaire wegen gaat ze op eigen houtje op zoek naar een welverdiende duik in zee.
Met z’n zessen (Rob is nog steeds bij ons) gaat het dan verder over ruwe stenige paden. We hebben 58km op de teller, en volgens het plannetje gaat het nu gedurende 10km constant bergop. Sidney heeft ons hier goed liggen : diegenen die dachten dat ze konden uitbollen komen van een kale reis thuis. De paden zijn zeer hobbelig, met redelijk wat losliggende rommel, en het kost met momenten nogal wat moeite om te blijven rijden. Ondanks het gemor van daarnet is iedereen het met mekaar eens : dit hoefde niet echt meer …
Afin, na ongeveer anderhalf uur hotsen en botsen zien we in de verte de zee opduiken, en wanneer we aan de laatste afdaling kunnen beginnen, is iedereen dolblij. De afdaling naar Sistiana wordt voorzichtig genomen, het zou immer zonde zijn om nu nog te verongelukken, en een kwartiertje later arriveren we als laatste groep op het keienstrand : we hebben het gehaald … Snel even een foto, waarna de waterratten in zee duiken en de landratten zich in de schaduw van de rotsige kust installeren.
Een uurtje later is het tijd om op te krassen : alles wordt in de bus geladen, en na een 4u durende busreis arriveren we terug in Mauterndorf, waar gastvrouw Elisabeth met open mond luistert naar onze straffe verhalen.
De laatste foto’s worden bekeken tijdens de afsluitende briefing, de medewerkers worden in de spreekwoordelijke bloemetjes gezet en de deelnemers worden nogmaals gefeliciteerd met hun prestaties, waarna iedereen op zoek gaat naar z’n bed : morgen staat immers een lange autorit op het programma, back to Belgium …

Cijferkes (Hans) : 72.5km, 1100hm’s, rijtijd 4u57


Conclusie :

It doesn’t get much better than this … Allez, dat vind ik er toch van.
Ik vond het een zalige combinatie van vakantie en baaiken : de tochten waren zwaar en voldoende uitdagend, maar niet moordend. En de dagelijkse après-bike was ook voldoende zwaar en uitdagend LOOOOL …
Nee, echt waar : dit was een heerlijke reis. Een prachtig en uitdagend parcours, heerlijk weer, lekker eten en drinken, en vooral een prima organisatie en een fantastische groep. En dan heb ik het niet alleen over onze zes Belgen, ook de relatie met onze Noorderburen en de twee Oostenrijkers was prima. Sidney zei het al tijdens de afsluitende briefing : vorig jaar had je Belgen en Hollanders, dit jaar had je alleen maar Baaikers (m/v) … met een grote B :-)

Bij deze zou ik toch nog even m’n 5 reismakkers willen bedanken : Birgit, Benny, Hans, Peter en Roel : merci voor de schitterende vakantie. Ik ben heel blij dat jullie er bij waren, en van zodra ik beslist heb welke reis volgende zomer op de agenda staat, mogen jullie allemaal een uitnodiging in jullie brievenbus verwachten.
En voor diegenen die er dit jaar jammer genoeg niet bij konden zijn : volgend jaar beter hé …

Meer info nodig over deze reis ? Neem een kijkje op Vasasport (doorklikken naar “Bike”). Je vindt er allerlei info over deze en andere reizen …
Vorig jaar reden we de TransAlp van Werfenweng naar Cortina, en dit jaar stond de route van Mauterndorf naar Sistiana (Adriatische Zee) op ‘t programma.
Volgend jaar wordt het waarschijnlijk de Trans-Dolomiti van Cortina naar Riva … Tenzij ik m’n zinnen zet op de Trans-Atlas in Marokko, ergens in oktober volgend jaar.

Noteer tot slot ook het volgende in je agenda :
De fietsbeurs Expo-Velo, van 7 t/m 10 oktober 2005, op de Heizel in Brussel.
Vasasport (Sidney) zal er aanwezig zijn, met hun nieuwe MTB-programma voor 2006. Ik ga er alvast een kijkje nemen …

Thierry