de ZoeNK - home

24/07/2005 - Swiss Bike Masters - Küblis

In het marathon mtb'en wereldje zijn er twee namen die eruit springen, enerzijds de Cristalp in Verbier en anderzijds de Swiss Bike Masters in Küblis. Ze zijn van een vergelijkbaar caliber qua afstand en qua klimwerk, maar er zijn ook een aantal verschillen. De afdalingen in de SBM zouden technischer zijn zodat je hier minder kan recupereren en er zou ook heel wat meer wandel/klim-werk bij komen te kijken. Dit zou de SBM fysiek zwaarder maken dan de GRC, maar door de minder strenge tijdspoorten onderweg zou hij eenvoudiger (?) uit te rijden zijn. Tot zover de logica.

Donderdag naar Zwitserland vertrokken om de tent op te slaan op de gratis camping die er is tijdens het weekend van de SBM. Daar was al snel een hoek geannexeerd tot Belgisch grondgebied tesamen met o.a Jo, Stefaan, Tim, Lieven en Peter. Vrijdagmiddag vertrokken we om de startklim al eens te verkennen. En ik wou vooral wat klimkilometers in de bergen maken, aangezien dat er dit jaar nog niet van gekomen was. Zo wist ik direct of ik me maar kleine of grote zorgen moest maken voor de rit van zondag. Maar onder begeleiding van Kraftwerk in de mp3-speler, die ook al meerdere gastoptredens gaven tijdens het club-weekend in Wissant, bolde het best nog soepel omhoog. De eerste 10 km zijn volledig op asfalt met af en toe stroken tot 15%. Hier is het wat kleiner schakelen om nadien weer terug een wat zwaarder verzet te kiezen. Na 5 km passeer je in Pany en na 10 km zit je in Alp Bova en ligt Küblis al een 800 meter lager.

Hier wordt de asfalt verlaten en gaat het over een brede schotterweg licht naar beneden. Zo kan je even recuperen van de eerste klimkilometers. Enkel de body van mijn Crossmax reutelt nogal luid als ik wat sneller rij en de benen stil hou. De schotterweg versmalt al snel tot een single track en wordt een stuk technischer. Het gaat wat op en neer, bij momenten nogal steil en er zitten een paar serieuze wortelstroken in. Er moet dus regelmatig voet aan de grond worden gezet en sommige stukken gebeuren dan ook naast de bike. De ondergrond is ook wat vettiger zodat de bike al snel onder de modder zit. Maar het is wel een prachtige pad dat eindigt met een steile afdaling over weer een worteltapijt. Hier ook maar veiligheidshalve te voet af en beneden rij je over een houten brugje weg uit het bos. Zo kom je op km 13 terug uit op het vervolg van de klim met eerst nog een km of 2 asfalt en daarna verder op schotter. Rond km 16 besluiten we dat het genoeg is voor de verkenning en keren we de bike om. Downhillen dus, maar doordat ik moet blijven trappen met mijn body ofwel de snelheid niet boven de 30 km/h mag laten oplopen is het net iets minder plezant. En passant missen we nog de afslag naar de singletrack op km 13 zodat we even terug naar boven kunnen. De singletrack is ook in de omgekeerde richting nogal technisch maar leuk om over te rijden. In de asfaltafdaling komen we nog Geert en Daniel van de United Bikers uit Diest tegen, die me weten te zeggen dat het probleem met de body van mijn achterwiel gewoon aan wat vuil in de body te wijten zou zijn.

Eenmaal beneden in Kublis ga ik naar het expo terrein, dat nog in volle opbouw is, op zoek naar een stand van Mavic. Maar enkel DT Swiss staat er, die me niet verder kunnen helpen, maar me en passant wel een nieuw Crossmax wiel voor een goede prijs probeerden aan te smeren. Hiervoor heb ik maar bedankt en geïnformeerd achter de bike shop in Küblis. Daar dan even binnen gesprongen en het probleem aan mijn wiel uitgelegd. Na even wachten heeft hij dan de body open gezwierd die niet vuil was maar wel kurkdroog stond. Terwijl de winkeleigenaar de body invette, zag ik zijn uitslagen van de 10 voorbije SBM wedstrijden. Vorig jaar had hij er 7h40min over gedaan en toen ik hem zei dat hij ook goede tijden reed, antwoordde hij dat het vorig jaar niet zo goed was, zijn beste tijd was immers 7h20. Ik zei hem dat ik er ergens tussen de 10 en 11 uur zou over doen, waarbij tien uur me veel te optimistich leek en elf uur zeker moest lukken. Na de reparatie nog even terug tot in Pany geklommen om nadien 5 km te kunnen dalen om zeker te zijn dat het euvel met de body verholpen was. De snelheden gingen nu vlot tot 60 km/h en de body bleef mooi stil. Dus dat was ook in orde en zo werd de dag afgerond met 44 km en 1800 hm op de teller.

Op zaterdag de klassieke rituelen daags voor een marathon. Eerst nog eens uitslapen nu het nog kan, de startnummers ophalen en wat rond kijken op de beurs en de bikes die er staan keuren en wegen. En een babbeltje slaan met de andere Belgen die je tegen komt. 's Avonds zijn we nog naar de Freeride gaan kijken, deze vertrok op een hoogte van 2250 meter aan de Weissfluhjoch en daalde 1500 hm over een afstand van 20 km tot in Küblis. Als goede ramptoeristen hadden we ons opgesteld op een plaats waar de bikers wel eens uit de bocht konden gaan. Dit gebeurde regelmatig en een paar bikers deden zelfs het houten hek, dat een paar meter achter de linten stond, sneuvelen. Maar de betere freeriders kwamen met een aardige snelheid naar beneden gevlamd met de nodige airtime en konden de bocht toch nog goed nemen. Na dit spektakel weer terug naar de camping waar iedereen rond 22.00h de tent opzocht. De start was immers al om 6h35 zodat de wekker om 5.00h al afliep.

De nacht was eerder rusteloos en het eerste wat ik deed bij het ontwaken was de tent openen om te zien of het nog droog was. Het was bewolkt en fris (een graad of 8)maar gelukkig droog. De weersvoorspellingen waren nogal wisselvallig met kans op 'schauers'. Rond 6h15 het startvak opgezocht, ik stond in het laatste vak maar met de lange startklim op asfalt maakte dit niet veel uit. Volgens de traditie moest er eerst nog een wave door de deelnemers gebeuren en nadat de trein gepasseerd was, werd het startschot gegeven om 6h35. Na 100 meter moest immers de spoorweg worden overgestoken en een débacle zoals in Tangissart willen ze hier gelukkig vermijden. Nog even het verstand op nul zetten (waarom wil je nu in godsnaam meer als 10 uur op een mtb gaan zitten?) en beginnen te trappen op de asfaltklim. Door de drukte (542 starters) merk je gelukkig niet dat je aan het klimmen bent en éenmaal een goed opwarmtempo te hebben gevonden rij ik rustig naar boven. Hierbij haal ik zowel volk in als ik zelf wordt gepasseerd. Na een aantal kilometers is het peleton al meer uit elkaar getrokken en zie je de kopgroep al heel wat bochten hoger rijden. Iets na Pany is er al een kleine bevoorrading waar ik een beker met drank al rijdende consumeer.

Op de aanloop naar de singletrack toe, rij ik even door. Hierna is het een beetje in de file rijden op de singletrack. Ik laat een beetje afstand met mijn voorligger en rij op een rustig tempo zo lang mogelijk op de bike verder. Hier en daar kan je iemand wel passeren en hierna hou ik het wiel van een Cannondale rijder voor me. Hij kiest meestal een goed spoor uit zodat we al rijdende nog wat wandelaars inhalen. Je rijdt nu ook op veel plaatsen waar je tijdens de verkenning nog te voet stond, het is nu immers voor echt. De finale descent doe ik maar terug te voet om dan aan de resterende 10 km van de openingsklim te beginnen. Tot km 18 is dit een schotterweg en ondertussen zitten we al op een hoogte van 2100 meter. De laatste 5 km gaan verder over een wandelpad in de Alpenweide zodat er ook regelmatig een stuk moet gewandeld worden. Het pad is dan te technisch en soms is het wel te rijden maar heb je door de voorliggers geen andere keuze. Ondertussen heb ik terug het wiel van de Cannondale rijder uit de vorige singletrack gevonden en we rijden om beurten wat op kop verder (soms staat hij stil als ik nog rij en omgekeerd blijft hij soms rijden terwijl ik voet aan de grond zet). Het uitzicht is hier ook prachtig en ik geniet er ondertussen dan ook maar van, de snelheid ligt toch niet hoog. Op km 23 wordt eindelijk de Carshinahut bereikt op 2236 meter waarna de afdaling kan beginnen.

De mouwstukken terug tot boven trekken, bril opzetten en dan 800 meter dalen in 6 km tot in St. Antonien. De afdaling zelf is goed te doen, soms is het wel zoeken achter het goede spoor over de rotsen. Het grootste probleem is om niet uit de bocht te vliegen in de vele haarspeldbochten. Er zijn dan ook rode kruis posten bij de vleet opgesteld. In St. Antoniën is er weer een grote bevoorrading. Snel van drinkbussen wisselen en ik neem nog een gel in een tube aan. Dit gebeurt allemaal al rijdende, stoppen hoeft niet. Ik had dus ook geen idee wat er in de tube zat die ze me aanreikten. De tube maar leeg geduwd in de mond en de lege verpakking uiteraard in de achterzak laten verdwijnen. De afdaling gaat nog een paar km verder, dan moet er even geklommen worden om dan weer verder te dalen. Dit stuk heeft wel wat weg van mtb'en in België en de snelheid ligt dan ook hoog. Maar op km 37 volgt de verticale lijn in het hoogteprofiel van de SBM.

Je rijdt een riviertje door en dan is het zoeken achter de weg. Maar je ziet wel een lint van wandelaars met de bike op de rug. De komende kilometer gaat het gemeen steil omhoog over een smal pad zodat de bike ook op de schouder moet terwijl je over rotsblokken klautert. Klimmen pur sang en op één kilometer komen er weer 200 hoogtemeters bij op de teller. Je bent dan ook blij als er een einde aan het pad komt en weer op een schotterweg verder kan dalen tot in Saas. Hier begint de klim naar de Madrisa toe, wat de lokale Alpe d'Huez is. Op de komende 10 km staan er weer 900 hm op het programma. Er staat redelijk wat volk langs de kant die je dan aanmoedigen met 'Hop Hop Kurt' of 'Super Super Kurt'. Je voornaam staat immers op het framenummer en ze zoeken ook regelmatig in de wedstrijdkrant op van waar je komt. Maar doordat de skilift dit jaar gesloten is voor werken, is het niet de grote drukte van de voorbije jaren. Eenmaal ik mijn klimtempo weer heb gevonden, rij ik vrij vlot naar boven. Ik haal ondertussen geregeld wat volk in, wat goed is voor de moraal. Met een biker rij ik een groot deel samen, we beginnen in het Frans met elkaar te spreken maar gaan maar snel verder in het Nederlands aangezien Werner uit Zaventem komt. Na 1 uur en 4 minuten zit de klim erop en begint dan het stuk van de SBM waarin ik het minste vertrouwen had, namelijk de afdaling van de Madrisa.

Over vier kilometer daal je 800 meter over een 'technisch' pad waarbij het bijvoegsel technisch eerder een understatement is. Het is zoeken achter het pad tussen de rotspartijen, de geulen en de worteltapijten heen en regelmatig krijg je er nog een mooie drop bovenop. Er zijn dus ook weer veel rode kruisposten en op sommige plaatsen staan er ook veel toeschouwers aka ramptoeristen. Maar als je de passage al rijdende neemt, applaudiseren ze ook. De afdaling is echt super, in het begin zit je redelijk lang in een geul waarvan je je afvraagt 'hoe moet ik hier ooit uit'. En erna volgen de vele rotspartijen waarbij je moet trachten de bike gewoon te volgen om met een voldoende maar toch nog gecontroleerde snelheid alle obstakels glad te strijken. Het lukt me om de hele afdaling, zonder voet aan grond te zetten, te voltooien en vol met adrenaline kom ik zo in Klosters toe. Hier krijg je nog een paar technische passages als shortcuts tussen de asfaltwegen vooraleer aan de bevoorrading toe te komen. Een energiereep eten, wat gelletjes meenemen en zien dat er weer twee volle drinkbussen op de bike zitten (mocht je er één verliezen onderweg...).

Er staat terug een klim van 23 km op het menu. De eerste zeven kilometer doen weer aan België denken, het gaat licht omhoog of blijft zelfs even relatief vlak en dit alles over veldwegen. Het lukt enkel niet om de snelheden te halen die je in België hierop zou rijden, de teller blijft steken bij 15 km/h. Een deel van het parcours loopt ook onder hoogspanningsleidingen en een paar km langs een spoorweg, zodat de registratie van de Polar even stokt. In de klim op de schotterweg die hierna volgt, steken er me een aantal rijders in een strak tempo voorbij. Ik ben eerst even gefrustreerd omdat ik precies stil sta, maar aan de kleur van hun framenummer zie ik dat het deelnemers aan de 'kleine strecke' van 75 km zijn. En zij kunnen rond km 60 inderdaad al beginnen met de eindspurt in te zetten, terwijl de 'lange strecke' er nog maar voor de helft opzit. Op km 66 wordt het dorp Schiffer bereikt waar naast een uitgebreide bevoorrading ook de eerste van de twee tijdspoorten (14h30 maar hier lig ik nog meer dan twee uur voor) is. De deelnemers van de 'korte strecke' laten deze break links liggen en verlaten hier de lange strecke om nog 9 km te dalen tot in Küblis. Ik stop hier even om wat te eten en wat extra water te drinken. Jo, met wie ik al een km of 30 jojo aan het spelen ben, is hier ook weer. Net als Fuerza Bert.

Na de lunch de klim maar weer verder zetten. Eerst nog een paar km op schotter, maar dan gaat het weer verder over een wandelpad. Hier is het wederom langzaam fietsen of maar weer te voet verder. Het pad loopt deels over houten planken en ik probeer veiligheidshalve maar niet uit wat er gebeurt als je naast de planken gaat staan of rijden. Ik passeer te voet nog een biker met een Rocky Mountain ETS-X70 en een bijhorend shirt, het blijkt Geert te zijn. Het uitzicht zelf is wederom magnifiek, maar je moet er nog oog voor vinden. Gelukkig kan er toch nog een paar km worden gebiked op de track om dan terug op een schotterweg uit te komen en hierop een paar km te dalen. De klim gaat dan op asfalt weer verder maar is wel gemeen steil. Langs de kant reiken ze je dan ook regelmatig sponsen aan om wat voor de nodige afkoeling te zorgen. Eenmaal voorbij de bevoorrading aan Berghaus Heuberge wordt er weer een wandelpad gekozen. Dus weer deels te voet of traag bikend de laatste kilometers van de klim afwerken. Eindelijk wordt de top op 2160 meter hoogte bereikt, maar ik vraag toch nog maar eerst even of we nu echt boven zijn aan een paar mensen van de organisatie.

De komende afdaling van 1100 meter over 13 km is niet zo tricky als die van de Madrisa, maar loopt ook niet echt vlot. Je wordt de hele tijd door elkaar geschud en mijn polsen beginnen er behoorlijk zeer van te doen ondanks de goed werkende voorvering. Maar de kilometers komen nu toch vlotter op de teller en het einde komt stilaan in zicht. En de adrenaline stijgt ook weer door de kick van het kilometers lange afdalen. Plots wordt er aangeduid dat er een tricky afdaling volgt (plakkaat met 3 pijlen zoals op de GRC) en er volgt inderdaad een steile afdaling over een boomworteltapijt op een singletrack. Ik neem geen onnodige risico's meer en doe die 30 meter maar te voet. De biker achter me begint wel op de bike aan de afdaling maar vliegt even verder al snel het décor in. Als ik hem te voet passeer, vraag ik even of alles in orde is, hij kreunt echter enkel maar krabbelt dan ook terug recht en zet al mankend de afdaling verder. Nog even een brugje over steken en dan verder op de bike op het nog steeds technisch pad. Ik ben blij als we terug op asfalt uitkomen.

Ondertussen zitten we in Prag-Jenaz op km 95 waar de laatste tijdspoort (17.00h) is. Hierop heb ik nog steeds twee uur voorsprong, de tijdspoorten zijn dus inderdaad niet zo scherp als in de GRC. Aan de bevoorrading praat ik nog even met een Nederlander (het gesprek begon uiteraard weer in het Engels, ze zouden toch nog een vlag bij op het framenummer moeten zetten). De teller staat ondertussen op 3960 hm en we hebben beiden een 91 km op de teller, maar door de wandelpassages mis je natuurlijk een deel van de afgelegde weg. Tesamen zetten we de afdaling op asfalt verder om dan op een vlak aarden pad even goed tempo te maken. De wandelstroken zullen ondertussen toch wel gedaan zijn zeker...

We steken de Landquart rivier over langs een brede houten brug... om dan het pad te zien waarlangs we een laatste maal te voet verder kunnen klimmen. Nog eens een kleine kilometer te voet omhoog om dan eindelijk terug op asfalt uit te komen in Buchen. Hier volgt de laatste echte klim van 4 km op asfalt om nog eens 415 hm bij op de teller te zetten. Dus nog maar even op de tanden bijten, maar deze kilometers duren toch wel echt lang. Ik neem een keer of 5 een natte spons aan om de benen wat te verfrissen en hoop de hele tijd dat de top achter de volgende bocht ligt, maar meestal ligt er weer een andere bocht. Na 30 minuten kom ik dan toch boven. In de afdaling van 7 km die volgt, stijgt de adrenaline weer omdat het einde nu echt binnen bereik begint te komen. Op de Polar zie ik dat een tijd van onder de 10 uur ook nog haalbaar moet zijn, dus dat geeft nog wat extra energie.

Er volgen nog een korte klim op asfalt, dan even naar beneden en dan gaat het verder over een aarden pad. Dit gaat dan over in een singletrack die eventjes steil het bos inloopt. Gelukkig is dit stuk niet al te lang en de afdaling die erna volgt is leuk en technisch. Ik vraag me nog af of dit nu eindelijk de finale afdaling is en in de verte hoor ik inderdaad terug het festivalterrein. Nu is het helemaal kicken en ik rij dan ook full speed op de aarden weg die langs de Landquart rivier loopt. Nog snel de brug over steken en een eindspurtje van een 200 meter tot aan de finish boog trekken! En dan zit de SBM er eindelijk op. In een tijd die ik nooit had durven te hopen, ik had precies ook eens goede benen.

Cijferkes: 120 km en 4843 hm in 9h30min aan een average van 12.6 km/h




Kurt