|
23-30/06/2007: Trans-Dolomiti Sillian (AUT) - Riva del Garda (ITA)
Inleiding
Het is november 2006, en de koude, donkere wintermaanden staan voor de deur. De regen plenst met bakken uit de hemel, alle paden zijn omgetoverd tot modderpoelen… Pfffff, dringend tijd om aan plezantere zaken te beginnen denken. Zoals bijvoorbeeld een nieuwe TransAlp-reis met Vasasport. Ik sla het bikeprogramma er op na, en de keuze is snel gemaakt: in 2007 rij ik de Trans-Dolomiti…
Ik stuur wat mailtjes rond naar kennissen en vrienden, en tegen eind december is het zover: met een groep van 9 baaikers (m/v) schrijven we ons in voor de Trans-Dolomiti van Sillian (Oostenrijk) naar Riva del Garda (Italië), van 23 t/m 30 juni. De deelnemers (in willekeurige volgorde): Philip R. en Claudia, Peter Luxem, Steven Claessens, Hans Bergé, Jeroen Van Steekelenburg, Kris De Craemer, Bart Van Hauteghem, en ikzelf.
De voorbereiding verloopt echter allesbehalve optimaal. Op het werk is het pokkedruk, ik heb geen zin om te trainen, de wijzer van de weegschaal evolueert in de verkeerde richting (95 kg i.p.v. de gewenste 85 kg), en dan nog wat relletjes en ambras op een paar andere "fronten"… Dit alles maakt dat ik er drie maand voor de afreis zelfs aan denk om alle MTB-gerelateerde zaken gewoon buiten te sjotten (inclusief m'n job) en helemaal opnieuw te beginnen. Ik zou bijvoorbeeld die Ducati 900SS terug van onder het stof kunnen halen – dat beestje staat ondertussen al drie jaar werkloos in m'n garage – en terug de motoreis-draad opnemen ...
Maar gelukkig is er het ZoeNK-clubweekend van 16 t/m 20 mei in Oostenrijk (ook met Vasasport), waardoor ik terug wat zin krijg om te fietsen. Ondertussen is het natuurlijk veel te laat om de tanende conditie terug leven in te blazen en het gevecht met de weegschaal aan te gaan. En wanneer ik op vrijdag-avond 22 juni m'n spullen bij mekaar zoek en nog snel even m'n fiets oppoets, weet ik dat ik voor een zeer zware opgave sta: ik ga daar serieus mijne pere zien in de Dolomieten… Nu ja, dat zou anders ook het geval zijn hoor, want de steile klimmetjes die ongetwijfeld op het programma zullen staan, zijn niet echt mijn ding. Gelukkig zullen we waarschijnlijk ook een heel aantal zeer leuke en bij momenten (zeer) technische afdalingen voor de wielen krijgen. Maar dan moet ik wel eerst die klimmen zien te overleven, natuurlijk :-/
Heenreis
Zaterdag 23 juni, 05u00: de reis kan beginnen. Hans rijdt met mij mee naar Oostenrijk, en ook An uit Brussel krijgt een plaatsje bij ons in de wagen. Zij had via Vasasport gevraagd of ze met iemand kon carpoolen, en je weet dat ik moeilijk neen kan zeggen tegen dames in nood… Wij met ons drieën dus naar Barchon, waar Steven, Peter en Jeroen ons staan op te wachten. Snel tanken, en wijle weg voor een ritje van +/- 12 uur richting Oostenrijks-Italiaanse grens.
We wisselen regelmatig van chauffeur, en tegen 17u komen we toe op het dorpsplein in Sillian. Het duurt even eer we de wagen uitkunnen, want een ware stortbui tovert het plein en de omliggende straten om in een vijver: overal staat een paar cm water in de straten. Wanneer het na 10 minuten wat minder regent, kunnen we snel het hotel binnenglippen en kennis maken met de Vasasport begeleiders en de overige deelnemers. Claudia en Philip zijn er al, Bart en Kris zouden pas tegen 19u in Sillian arriveren.
We zijn dit jaar met 34 deelnemers (m/v): een groepje United Bikers olv Geert Biesmans (9p), een groepje Nederlanders die via de www.bikes4you.nl shop zijn ingeschreven (12p), onze eigen groep (9p), en dan nog enkele individuele deelnemers, waaronder An (zie hierboven), Paul, Jan en Jeroen. De meesten hebben reeds eerder deelgenomen aan Vasasport-reizen, voor sommigen is het zelfs de vierde of vijfde keer dat ze met Vasasport op reis gaan.
We nemen snel onze intrek in het hotel, waarna we even gaan aperitieven in de bar (Weissenbier natuurlijk) en vervolgens op zoek gaan naar de rest van de bende. De anderen zijn namelijk reeds vertrokken naar het restaurant, terwijl "de Belgen" nog aan het bier zaten in de bar. Dat begint hier goed :-) … Afin, na wat zoekwerk vinden we dan toch het restaurantje. Het avondmaal gaat vlot binnen, nog even luisteren naar Sidney's briefing, en tegen 22u30 liggen we in ons bed. Hmmm, benieuwd wat de komende dagen ons gaan brengen…
Dag 1. Sillian (AUT) – Cortina d'Ampezzo (ITA) : 63,1 km en 1320 hm's
Na een rustige nacht word ik rond 6u gewekt door de kerkklokken. Miljaar, 't is hier toch altijd hetzelfde lieke hé, vorige keer hadden we ook al prijs. Soit, nog efkes blijven liggen tot 7u00, en dan is 't tijd om op te staan en alles klaar te maken voor onze eerste etappe. Eerst nog een lekker ontbijt binnenspelen, en ewa kennis maken met de mannen uit Diest. Zij rijden voor het eerst op gps, en zijn nogal ongerust nadat Sidney hen vertelde over onze eerste rit in 2004, waar we ruim na 19u binnen kwamen. Dit was zogezegd wegens gps-problemen, maar diegenen die mijn 2004-verslag gelezen hebben weten wel beter ;-)
Rond 8u30 staan we allemaal te trappelen van ongeduld op het pleintje voor het hotel. Eventjes wachten op de gidsen, groepsfotooke maken, en rond 9u kunnen we eindelijk op pad voor de eerste etappe. Er zweven wat wolken doorheen het dal, maar voorts ziet de hemel er mooi blauw uit, met een zonnetje dat vrolijk komt piepen. Het belooft een mooie dag te worden.
De eerste 25 km zijn zo goed als vlak, en lopen langsheen het smalle Drautalfietspad. Hier is het opletten voor de vele tegenliggers: gezinnen en / of individuele fietsers die van Italië richting Sillian fietsen, en nadien met de trein terugkeren. Hier en daar zit er een kort maar nijdig klimmetje in het parcours zodat de beentjes eventjes kunnen getest worden. En ook de obligate weide-met-koeien-doorsteek zit in deze eerste kilometers :-) …
Na een kleine 25 km is het gedaan met de spielerei, en is het tijd voor de eerste klim van de dag naar de Platzwiese. De klim begint meteen heftig langsheen een grindpad, waarna we een geleidelijk klimmende singletrack voor de wielen krijgen. Hier voel ik al nattigheid, want hoewel ik op de 22/34 rij, krijg ik de pedalen amper rond. Wat later volgt een strookje asfalt, en wanneer het daarna weer offroad gaat langsheen een breed en met keien bezaaid pad, moet ik al van de fiets: ik krijg m'n hartslag maar niet onder controle en het zweet loopt in beekjes over m'n gezicht. Wanneer het even later langs een zompig gravelpaadje gaat, is 't helemaal gedaan. De slingerende singletrack nadien is zeer leuk maar kan me niet bekoren, de steile asfaltklim die ons vervolgens tot op 2003 meter hoogte brengt is gelukkig wat beter berijdbaar.
Nog vooraleer we beginnen te eten, vertel ik de andere jongens dat ik nu reeds overstap naar de medium-groep. Als eerste dag volstaat dit voor mij, de tweede (naar verluid zeer steile) klim zou de rest van m'n reis wel eens kunnen hypothekeren. Sidney is het met me eens: de eerste dagen doe je best wat rustig aan, en nadien kan je nog altijd overstappen naar de gps-groep (sport-niveau) indien gewenst.
Na een deugddoend bord pasta vangen we de afdaling aan. Deze loopt eerst over rustige paadjes, waarna enkele zeer leuke, technische singletracks volgen. Drops, keien, beekjes, boomwortels: alle ingrediënten zitten erin. Op twee plaatsen houden we het veilig en stappen we af, de rest is allemaal perfect te fietsen. Dikke fun!!!
Na een poosje komen we terecht op een breed gravelpad, dat nadien overgaat in een offroad fietspad. Dit volgen we tot in Cortina, waar we rond 15u (schat ik) aan het hotel toekomen. Fietsje afspuiten, bagage uit de aanhangwagen halen, douchen en kleren wassen, en nadien genieten van een Weissenbier op het terras: dit is het aprèsbike-ritueel voor de komende vijf dagen… Een hele tijd later komen ook de anderen in Cortina aan. De laatste klim was een echte stinkerd, ik mag content zijn dat ik die niet heb gedaan…
's Avonds is het pizza-time, waarna de eerste foto's bekeken worden. Tijdens de daaropvolgende briefing vertelt Sidney ons over de steile klim die ons op dag 2 staat te wachten. Ik beslis meteen om opnieuw voor de medium-route te kiezen: met 1780 hm's zal dit meer dan genoeg zijn (vandaag stonden er immers "slechts" 1320 hm's op de teller).
Dag 2. Cortina d'Ampezzo (ITA) – Alleghe (ITA) : 43,5 km en 1780 hm's
Geen kerkklokken deze keer, dus ik kan rustig doorslapen tot de wekker me om 7u15 uit m'n droom haalt. Een kwartiertje later zit ik al aan 't ontbijt, waar ik geniet van lekkere koffie, zoete broodjes, en een ferm diensterke :-). Het heeft vannacht naar 't schijnt ferm geregend, maar daar heb ik niks van gemerkt. De zon staat alweer te stralen aan de blauwe hemel, dus wij goedgezind op pad voor de tweede etappe.
We verlaten Cortina via enkele dalende asfaltwegen, maar na 4 km is het gedaan met de fun: de steile klim naar de Rifugio Croda di Lago (2046 m) dwingt ons meteen op de allerlichtste versnelling. En zelfs dan is het stoempen om vooruit te gaan… De brede zanderige grindweg slingert heen en weer langs de beboste bergflank. Samen met Claudia rij ik aan een rustig tempo naar boven: het heeft geen zin te koersen, want dan kom je jezelf zeer snel tegen. Na een hele tijd komen we aan het steilste stuk van de klim, een geasfalteerd stuk van ruim boven de 20%. Aan het eind van dit asfaltstuk komen we op een mooie vlakte terecht, met in de verte een enorme granieten wand. Daar moeten we naartoe…
We klimmen verder, afwisselend fietsend en stappend (wegens echt te steil), en eindelijk bereiken we de Rifugio op 2046 m. De sterksten van de medium-groep nemen de tijd voor een cappucino, terwijl An en Claudia beslissen om verder te baaiken tot op de top van de Forcella Ambrizzola, op 2277 m. Ik volg even later hun voorbeeld, en zwoeg mezelf langs het smalle, slingerende paadje tot op de top van de pas. Het uitzicht is hierboven echt grandioos. We zitten ruim boven de boomgrens, met alleen gras en struikjes en gigantische witte rotsblokken en stenenvelden. Ik stop dan ook zeer regelmatig om rond te kijken en foto's te maken, of was het omdat ik echt pietdood zat? Hoe dan ook, eer ik de top bereik is iedereen me gepasseerd. Maar ja, iemand moet de laatste zijn hé.
Boven op de top krijgen we niet alleen een prachtig uitzicht, we krijgen ook een technische singletrack voor de wielen om 'u' tegen te zetten. Dit paadje brengt ons tot op 2293 m, het hoogste punt van deze Trans-Dolomiti, waarna het langs technische singletracks en paadjes vol geulen weer naar beneden gaat. De vermoeidheid zit niet alleen in m'n benen maar ook in m'n hoofd, en wanneer ik bij twee opeenvolgende dropjes niet ver genoeg achter m'n zadel ga hangen word ik over m'n stuur gekatapulteerd, tot voor An's voeten. Gelukkig blijft de schade beperkt tot een gekneusde knie, wat schaafwonden op de dij en een deuk in m'n ego. Ik besluit het verder zeer rustig aan te doen, en ik nestel me in Claudia's wiel. Zonder verdere ongelukken bereiken we de Passo Staulanza (1773 m), waar de lunch voorzien is. We zijn een halve dag onderweg, en hebben amper 16 km afgelegd!
Na de middag gaat het nog even bergaf, waarna we een laatste (beestig steile) klim voor de wielen krijgen. Deze klim duurt gelukkig niet lang, en al snel kunnen we via zeer leuke en bij momenten ook zeer technische singletracks afdalen tot aan het Lago d'Alleghe. Hier aangekomen hebben we ongeveer 30 km en 1600 hm's op de teller. Nog even uitbollen langsheen het meer, en een klein uurtje later kunnen we onze intrek nemen in Hotel Alleghe. Het duurt niet lang vooraleer iedereen binnen is en we de verhalen van de sport- en extreme-rijders kunnen aanhoren. Jeroen is voor de tweede dag op rij gevallen en loopt met twee kapotte knieën rond. Ik mag dus niet klagen :-)
Tijdens de briefing genieten we van de afdalingskunsten van Steven en Peter: zij hebben ongeveer de hele singletrack-afdaling van 2100 naar 979 meter gefilmd, en alle Trans-Dolomiti deelnemers zijn se-ri-eus onder de indruk. Nadien is het tijd voor een welverdiende 3-gangen maaltijd, en na een avondwandelingetje doorheen Alleghe is het rond 22u30 tijd om ons bed op te zoeken.
Dag 3. Alleghe (ITA) – San Martino (ITA) : 51,1 km en 1915 hm's
We zitten in Italië, en daar worden we elke ochtend hardhandig op gewezen. Vanaf ongeveer 6u 's ochtends begint namelijk de drukte op straat, wat betekent dat vrachtwagens af- en aanrijden… En onze kamer ligt toch wel aan de straatkant zekerst, en die straat gaat toch wel neig bergop zekerst waardoor die vrachtwagens telkens met veel lawaai naar boven bulderen… Afin, weeral veel te vroeg wakker dus, het wordt zo'n beetje een gewoonte. Reeds van bij het opstaan voel ik me niet al te fris, t.t.z. het is alsof ik amper een uurke of twee geslapen heb. Ik heb nochtans de nodige recup-drank (Vitargo, goe poeier maar bij ons niet te vinden) en zouten (ORS) binnen, en 'k lag op tijd in mijne nest. Afin, misschien kan een goed ontbijt met straffe Italiaanse koffie de slaap uit m'n lijf verjagen.
Rond 9u gaat de medium-groep van start onder een stralend zonnetje, de sport-Belgen zijn dan al een half uurtje aan het trappen. Eerst gaan we geleidelijk bergaf doorheeb een dal, waarna we langs een offroad fietspad klimmen naar Falcade. Het gaat geleidelijk aan bergop, en Sidney houdt er een zeeeeer rustig tempo op na. Net ietske te traag naar mijn goesting, dus na een poosje zet ik me efkes op kop. Man man man, "what a mistake to make" zou dienen Italiaan met zijne pluimenhoed uit 'Allo 'Allo zeggen… Wat later gaat het namelijk steiler bergop, en ik bengel al snel vanachter aan de rekker.
Tot Falcade houdt de rekker stand, maar na de cappucino-pauze is 't over & out: ik geraak echt gene meter meer vooruit. Van bij het begin van de asfaltklim naar de Passo Valles (2031 m) moet ik iedereen laten gaan. Ook Claudia, die in 't begin nog efkes in mijn buurt blijft rijden maar algauw haar eigen tempo opzoekt want anders valt ze waarschijnlijk omver van traagte. Duizelingen in de kop, benen die tegensputteren, zweetdruppels in m'n ogen, m'n achterwerk dat aanvoelt alsof het in brand staat… Pfff, dees wordt echt een calvarie-tocht. Gelukkig kom ik onderweg een paar "waterbakken" tegen waar ik me wat kan opfrissen, maar voor de rest is 't ongeveer 17 km lang afzien. Ik denk dat ik 2 uur over die klim gedaan heb, 2 zeer lange uren. Er gaat dan vanalles door je hoofd, de negatiefste gedachten eerst natuurlijk, en als ik uiteindelijk toch boven op de col arriveer ben ik mentaal dan ook he-le-maal kapot. Ik wil meteen m'n fiets in de bus plaatsen en me naar 't hotel laten voeren, maar daar wil Aad (die zich tijdens deze reis met de logistiek bezighoudt) niet van weten: niks van, straks krijg je een mooie afdaling, en dan ben je aan 't hotel… Over de klim naar de 2174 m hoge Baita Segantini zwijgt hij wijselijk…
Nu ja, als ik dan toch niet in de bus mag, tja dan zal ik maar snel maken dat ik wat te eten binnen heb zeker ? De anderen zitten hier al eeuwenlang te wachten, en bovendien is 't hier behoorlijk fris – de hemel is namelijk stillekesaan dichtgetrokken, er hangen niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk grijze wolken boven mijn hoofd. Dus ikke rap wat lekkere ravioli-achtige dingen met honingsaus naar binnen gespeeld, en een kwartiertje later zitten we al weer op de fiets. De afdaling loopt eveneens over asfalt, en is dan ook in een wip voorbij.
Er moet dus terug geklommen worden, ongeveer 600 hm's doorheen een zeer mooie vallei. De omgeving is echt prachtig en de klim loopt zeer geleidelijk omhoog en is perfect te fietsen (zelfs op het middenblad), maar voor mij hoeft het echt niet. Elke trap is teveel, de prachtige rotsmassieven rondom mij zijn niet meer dan "verdomde klotebergen": ik kan echt niet snel genoeg in het hotel zitten. Achteraf gezien heb ik er echt spijt van dat ik daar niet wat frisser zat, want bij het bekijken van de foto's achteraf blijkt dit echt een zeer mooie passage te zijn geweest. Zucht…
Na een klim volgt natuurlijk een afdaling. Deze verloopt grotendeels langsheen een breed gravelpad, waarna een snel stuk asfalt volgt. De laatste paar kilometer lopen dan weer langs leuke vlot berijdbare singletracks. Nog even een beekje doorwaden, en daar staan we voor ons hotel in San Martino. De kamer is redelijk ruim, de douche is warm, en het bier in de bar is koud. Maar toch slaag ik er niet in de ellende van vandaag te vergeten. Het heerlijke avondeten (4 gangen met super-lekker eten) is slechts een matige troost, en na m'n traditionele avondwandelingetje doorheen het dorpje ben ik dan ook in niet al te beste stemming wanneer ik rond 23u in m'n bed kruip. Laat ons hopen dat er deze nacht een mirakel gebeurt, want 't is nodig…
Dag 4. San Martino (ITA) – Spera (ITA) : 57,6 km en 1760 hm's
Haaa, eindelijk nog eens lang en goed geslapen, tot 7u zowaar! Toch ben ik nog niet goed wakker, maar daar komt na enkele koppen koffie wel verandering in. Het ontbijt is nogal vreemd, t.t.z. geen kaas of hesp of zoiets, wel vier of vijf verschillende soorten taart… Echt iets voor zoetebekken dus. Persoonlijk hou ik het liever bij een eenvoudig pistoleeke met boter, en enkele kommetjes cornflakes met yoghurt. En fruitsap natuurlijk. Het smaakt allemaal voortreffelijk, en het bedrukte gevoel van gisterenavond maakt dan ook stilletjesaan plaats voor de normale "laat ons hopen dat we ook de rit van vandaag overleven" stemming.
De medium-groep start ook vandaag weer om 9u, eerst een kilometertje of twee vlak doorheen San Martino en dan meteen offroad klimmen onder een kabellift door tot op 1900 meter hoogte. Samen met Claudia rij ik rustig aan naar boven, en na een poosje komen ook Philip (die vandaag voor de medium-groep heeft gekozen) en Sidney ons vergezellen. De lucht is bewolkt, en wanneer we boven op de top komen, vallen de eerste regendruppels. Snel de jasjes en kniestukken aan, want door de wind is het hierboven behoorlijk fris.
De afdaling loopt over een pad dat voor zeer goede baaikers voor 90% te fietsen is, terwijl de "gewone" bikers ongeveer 50 à 60% kunnen fietsen. Zo klonk het gisteren tijdens de briefing. En Sidney had niet overdreven: het eerste deel van het pad ligt er inderdaad zeer moeilijk berijdbaar bij. Na een poosje komen we echter weer in de bossen terecht, en daar slaag ik er toch in om heel wat stukken te fietsen. Sommige passages zijn ronduit technisch, met drops en gladde stenen (het is ondertussen aan het regenen gegaan), haarspeldbochten, boomwortels en meer van dat fraais. Dit vind ik nu eens leuk, zie :-) … Aan een zeer rustig tempo dokkeren we naar beneden, hier en daar doen we een stukje te voet, en na een tijdje bereiken we een breder gravelpad. Vanaf hier kan het tempo weer wat de hoogte in, tot we in Caoria aan de lunchplek arriveren.
De pasta smaakt heerlijk, en na een dik half uurtje gaan we weer op pad voor de volgende klim: de Passo Cinque Croci, die in totaal ongeveer 20 km lang is met 1150 meter hoogteverschil. Ondertussen is het behoorlijk aan het regenen, dus de jasjes blijven aan. Maar wanneer we na een paar kilometer offroad gaan, komt de zon er weer door en wordt het zowaar nog lekker warm. Jasjes uit, en wijle verder. An voelde zich vanmorgen al niet lekker, en ook Claudia krijgt het zwaar te verduren. Waarschijnlijk hebben ze iets verkeerd gegeten of zo, althans dat is wat An erover denkt. Ikzelf voel me echter prima in m'n sas, en kan aan een acceptabel tempo naar boven cruisen. Heerlijk, na al die steile rotklims van de voorbije dagen eindelijk eens een klim die me op het lijf geschreven is (lees: nikske souplesse, gewoon verstand op nul en stoempen). Maar halfweg de klim beslist mijn luie alter-ego dat het geen zin heeft om me helemaal leeg te rijden op deze klim terwijl er nog anderen ver achter mij zitten, en de laatste kilometers rij (en wandel) ik aan rustig tempo verder, tot ik net voor de top de anderen medium-rijders in een hutje zie schuilen voor de koude wind. Een kwartiertje later is de groep weer voltallig en rijden we verder tot op de top van de Cinque Croci. Samen met de twee sterkste mediumrijders zet ik me op kop, en wanneer ik op m'n gps-schermpje zie dat we nog 200 vlakke meters van de top verwijderd zijn, plaats ik een versnelling. Jiiiieeeehaaaaaa, als eerste medium'er boven! Zaaaaalig. OK, de anderen hebben waarschijnlijk 20 minuten of langer in die hut staan wachten eer ik er was, maar 't kan me niet schelen: na die klotedag van gisteren voel ik me eindelijk weer een beetje mountainbiker. Jammer genoeg is 't uitzicht hierboven nul de botten, t.t.z. alles zit verscholen in de wolken.
Vanaf nu is 't enkel nog afdalen naar Spera. Eerst over een brede gravelpiste (een oude militaire weg uit de eerste wereldoorlog), nadien langs een smal asfaltbaantje. Enkele kilometers voor Spera gaan de hemelsluizen open en begint het hard te regenen. Gelukkig staan we een goeie 10 minuutjes later aan het hotel, waar de overige groepen reeds bijna allemaal aangekomen zijn. Ruime kamers met een lekker hete douche, heerlijk. En even later is ook het zonnetje weer van de partij, dus kunnen we het terras op waar we genieten van een eerste (en een tweede en een derde) Weissenbier. Nadien nog even fotootjes kijken en lekker eten, en dan… Nee, nog niet in bed, eerst nog een avondwandelingske door 't dorp gaan maken, tiens :-)
Dag 5. Spera (ITA) – Folgaria (ITA) : 72,2 km en 1980 hm's
Joepie, de vermoeidheid zit er blijkbaar goed in, want ik heb deze nacht weer als een roos geslapen. Het duurt dan ook eventjes eer ik goed en wel wakker ben, maar het lekkere ontbijt met cornflakes en yoghurt, lekker fruitsap en heerlijke koffie maken dat ik snel op de been ben. En dat mag ook wel, want vandaag vertrek ik een half uurke vroeger. Jep, vandaag ga ik nog eens met de "grote mannen" op stap, onze sport-gpssers. In het tweede deel van de sportroute zitten namelijk enkele stukken van de welbekende "100 km dei forti" die ons langs enkele oude forten uit de eerste wereldoorlog voert, en die wil ik zeker niet missen.
Om 8u30 sta ik dus startensklaar, samen met de 7 andere leden van ons groepke. Claudia houdt het bij de medium-groep olv Sindey, terwijl An beslist om samen met ons de sport-route af te werken. Het heeft vannacht geregend, maar daar is 's morgens weer niks van te merken. Er hangen wat wolken aan de hemel, maar de zon is ook van de partij wanneer we op pad gaan. Eerst gaat het een hele tijd langs een geasfalteerd fietspad doorheen het Val Sugana, waarna we linksaf slaan en beginnen aan een kronkelende asfaltklim, de Kaiserjägerweg. Deze brengt ons ongeveer tot op 1350 meter, waar de lunch voorzien is.
Na de lunch gaat het eventjes bergaf, waarna we eindelijk offroad paden onder de wielen krijgen. Eerst nog een brede, vers aangelegde schotterweg, maar even later is 't speeltijd op leuke, met stenen en boomwortels bezaaide singletracks. Het doet wat aan de Ardennen denken, steeds kort op en af, slingerend doorheen de bossen. En het duurt niet lang, of we bereiken een eerste fort, het Fort van Lavarone (of toch iets in die aard). Het fort uit de eerste wereldoorlog is zeer goed bewaard gebleven, en we profiteren ervan om er een kwartiertje den toerist uit te hangen.
Even later gaan we verder, en kijk, daar komen we zowaar de medium-groep tegen. Zij hebben blijkbaar ook beslist om deze eerste (zeer leuke) sportlus mee te pikken. En ze hebben groot gelijk. Samen baaiken we doorheen de bossen en velden, op glooiende singletracks en langsheen een mooi gezellig meertje (ben de naam kwijt). Even later gaat het weer stevig bergop langs een smal paadje, en eens we boven gekomen zijn nemen we afscheid van de medium-groep. Zij dalen af richting Folgaria, onze eindbestemming, de sportroute maakt nog een extra lus met de nodige hoogtemeters. Het begint meteen met een stevige, steile klim op een breed schotterpad. Er zitten een paar haarspeldbochten in, en na elke bocht gaat het zowaar nog steiler bergop dan voordien. Amai mijne frak, dees doet zeer aan de beentjes...
Boven gekomen houden we even halt, want Steven voelt precies wat vreemd aan zijn fietske. En ja hoor, de bout van het hoofdscharnierpunt (vlak achter de trapas) zit los ... Vastzetten lukt niet wegens gebrek aan de juiste sleutel, dus we beslissen om op het gemakske onze tocht af te werken. Er volgen nog een paar stevige kuitenbijters doorheen het bos, en vooral ... veel klopkes van de hamer, allemaal op mijne kop :-( ... Ik zit volledig op m'n tandvlees en 't is enkel dankzij de bemoedigende woorden van An dat ik nog vooruit geraak.
Na nog wat geleidelijke klimmetjes doorheen velden en bossen (voor mij lijken het stuk voor stuk Mt-Ventoux-beklimmingen) bereiken we het tweede fort van de dag. Dit is in veel slechtere staat dan het vorige fort, hoewel er destijds naar 't schijnt amper gevochten is geweest. Het fort was namelijk te goed bewapend ... Soit, dit weerhoudt ons er niet van om in het pikdonkere fort op ontdekking te gaan, waarna we via enkele trapjes boven op de ruïne terechtkomen en daar nog wat rondwandelen / rondfietsen. Nog wat fotookes trekken, en dan is het tijd voor de laatste kilometerkes tot aan het hotel.
Ik droom hardop van een kilometerslange afdaling (die forten liggen immers steeds boven op een berg), maar neen hoor: er staan ons nog twee klimmen te wachten. Een eerste geleidelijke klim (niet meer dan 5% omhoog, schat ik), en daarna een steilere klim die ons tot boven aan een skipiste brengt. Vanaf hier is het dan eindelijk afdalen geblazen, tot in het centrum van Folgaria. Daar wacht mij nog een laatste onaangename verrassing: er zijn kamers te weinig (of is Vasasport te gierig ?), en ik moet met een onbekende Hollander de kamer delen. Ik ben daar allesbehalve gelukkig mee, vooral omdat men mij toch minstens even had kunnen raadplegen vooraleer dit te beslissen. Maar nee, ik moet het maar zelf ontdekken... Soit, gelukkig valt die kerel goed mee (een extreme-biker uit de bikes4you-groep), maar voor 't zelfde geld lag ik daar bij één of ander bomenzagend snurkkanon ... Afin, doucheke pakken, pintje drinken, fotookes kijken, eten, een stapke doen, en tegen 23u mijne nest in: same as usual dus, goede gewoontes moet je niet veranderen :-)
Dag 6. Folgaria (ITA) – Riva del Garda (ITA) : 54,6 km en 1110 hm's
6u30, de wekker loopt af. Auw, mijn Hollandse kamergenoot is een vroege vogel ... Maar dat is niet erg, zo kan ik rustig m'n spullen klaarmaken voor de laatste rit, en genieten van een extra lang ontbijt.
Om 8u45 sta ik reeds klaar voor het hotel. De zon is ook nu weer van de partij, het is enkel nog wachten op Sidney vooraleer we van start kunnen. Eerst klimmen we on- en offroad tot we aan de andere zijde van de Monte Maggio beland zijn. Hier gaat het via super-leuke, technische singletracks bergaf langs de Zencheri Trail. Zaaaalig: keien, drops, boomwortels, haarspeldbochten, trapjes, dees is heerlijk baaiken. De remmetjes dienen zelfs een paar keer te rusten, want door oververhitting heb ik amper nog remkracht. In het verlaten dorpje Zencheri krijgen Leo en Paul even de kans om hun wonden te likken: op het laatste stuk van de singletrack lag het grind nogal dik, waardoor ze de controle over hun fietsen verloren en allebei over een muurtje naar beneden donderden, tot in het 2m lager geleden veld. Leo maakte een serieuze val (hij dook letterlijk met fiets en al naar beneden) maar kwam er zo goed als ongedeerd vanaf, Paul – die nog net op tijd kon uitklikken en zijn fiets dus op het pad achterliet – maakte een minder spectaculaire duik maar landde wel pardoes in een bramenstruik, waardoor hij helemaal onder de schrammen zat. Mooie oorlogs-souvenirs ;-) ...
Voorbij Zencheri is het even klimmen op asfalt, waarna we opnieuw naar beneden duiken via een schitterende singletrack die ons rakelings langs afgronden brengt van enkele honderden meters diep. Hier moet je echt niet te gek doen... Iedereen is echter gewaarschuwd, en we geraken dan ook allemaal zonder problemen beneden. Via de grote baan snellen we naar Rovereto, waar we in een "pizzatuur" (vergelijkbaar met een Belgische frituur, maar dan met pizza's) snel de nodige calorieën opdoen. Het is hier ondertussen heel wat warmer dan vanmorgen in Folgaria, maar we zitten dan ook bijna 1000 meter lager.
Na het middageten heb ik zo'n beetje het gevoel van "OK, 't is goed geweest, vanaf nu volstaat binnenrijden langs de baan". En ook de anderen lijken er zo over te denken. Samen cruisen we langs een verhard fietspad naar Torbole. Hier krijgen we een laatste onverhard stuk voor de wielen, een beenharde kassei-afdaling. Nu ja, kassei... Eigenlijk zijn het grote onregelmatige stenen die als een kassei-weg min of meer naast mekaar zijn gelegd. Het dokkert enorm, en plots hoor ik "peng"... Shit, op nog geen drie kilometer van het einde rij ik toch wel een spaak kapot zekerst ? Soit, ik heb nog 31 andere spaken in m'n voorwiel zitten, op die ene zal het nu ook niet aankomen. Ik dokker dus lustig verder, en even later rijden we doorheen het oude centrum van Torbole, tot we het strand aan het Gardameer bereiken. Nog even uitbollen, en daar is onze eindbestemming: het strand van Riva.
We hebben het gehaald, we hebben de Dolomieten overwonnen. Maar het heeft verdekke veel zweet en zelfs enkele tranen gekost...
Conclusie
Na de eerste twee transalps in 2004 en 2005 en het driedaagse MBC ZoeNK Clubweekend in mei 2007, is dit mijn vierde uitstap met Vasasport. Van de drie TransAlp-reizen was dit in elk geval de zwaarste, de meest technische, en misschien ook wel de mooiste – op de voet gevolgd door de 2005-ATAC naar de Adriatische Zee.
Maar toch heb ik niet hetzelfde voldane gevoel als na de 2005-TransAlp... Mijn slechte voorbereiding zal daar waarschijnlijk wel voor veel tussen zitten. Indien ik wat beter getraind was geweest, had ik wat meer met ons "eigen" groepje kunnen rondrijden. Nu heb ik amper anderhalve tocht met hun kunnen meerijden, en dan reed ik nog meestal alleen rond, enkele honderden meters achter de anderen aan... Damn, doordat ik altijd zo ver achteraan bengelde, voelde me bijna een vreemde in m'n eigen groep :-( maar ik kon toch moeilijk vragen dat ze maar op één been zouden rondfietsen hé, zodat ik nog een beetje kon aanpikken ... Ik was gewoon te zwak om in die groep mee te draaien, zo eenvoudig is het (spijtig genoeg). Gelukkig was er nog de medium-groep, waar ik kon rekenen op het gezelschap van Claudia, en een handvol Nederlandse bikers. Deze mensen hebben vaak lang op mij moeten wachten, maar deden dit zonder morren. Dankjewel gasten, dat jullie zoveel geduld met me hadden.
Heb ik me geamuseerd tijdens deze Trans-Dolomiti ? Euh, mjaaaa... maar het had nog veel plezanter kunnen zijn indien ik in goede conditie aan de start was verschenen. Vaak ontdekte ik pas 's avonds – wanneer we de foto's van de voorbije dag bekeken – door welke prachtige landschappen we hadden gereden. Tijdens de rit zelf had ik het namelijk te druk met afzien, waardoor ik geen oog had voor de mooie, ruwe omgeving waarin we ons bevonden. Vandaar dat onvoldane gevoel waarover ik het hierboven heb: ik heb zo goed als niks gezien onderweg :-(
Tja, er zal niets anders opzitten dan nog eens terug te komen hé, maar dan wel zonder bierbuik, en met de nodige trainingskilometers in de benen :-)
Thierry
|